De 5,5u. durende busrit van Arequipa naar Puno was echt weer de moeite waard. Ook al ben je moe, je blijft je ogen uitkijken, bang om iets te missen. Massaal veel vicuñas, prachtige meertjes die uit het niets lijken op te duiken, opnieuw een uitgestrekt woestijnachtig landschap met op de achtergrond voortdurend veranderende bergen, kloven en rotsformaties in alle kleurkes. Ik kan maar niet genoeg krijgen van de Peruaanse vergezichten. Un coup de feu, vraiment¡
In de duisternis ben ik aangekomen in Puno, vlak aan het Titicacameer, het hoogste bevaarbare meer van de wereld, dat 8500km2 groot is en op een hoogte ligt van 3810m. Waw, en ik mag dit meemaken¡
De eerste ontmoeting met Puno in het daglicht is echter een teleurstelling. Puno is lelijk en vuil. De armoede is overduidelijk aanwezig: bijna geen geasfalteerde straten; een ongebruikt treinspoor knal door de stad, dat dienst doet als plasplaats (marktkramers die ongegeneerd hun broek/rok afsteken om een plasje te doen); het krioelt hier van fiets- of motorriksja's i.p.v. 1000 gele kleine taxitjes; een chaotische wirwar van straten waardoor ik meermaals mijn weg kwijt was; en 1 supermarktje à la Saco aanwezig. Alleszins een minder aangename sfeer dan in Arequipa om in te vertoeven.
Dan het veelbesproken Titicacameer: in een voormeertje enkel afval, afval en nog eens afval te bespeuren .... en iets dat lijkt op kikkerdril (pure vervuiling van Puno werd mij gezegd). Nu begrijp ik het grapje 'aan Bolivia werd Titi gegeven en aan Peru caca.' Zoals Steven over India zei: "Vuiligheid verneukt het uitzicht." En hij heeft nog gelijk ook. Jammer dat de mensen hier niet beseffen wat voor natuurpareltjes ze vlak voor hun neus liggen hebben. Ze kijken er gewoon niet naar en smijten vanalles op de grond. Het is hier m.a.w. eeuwen zoeken naar een vuilbak.
Gelukkig maakte mijn trip naar de Uros-eilanden alles weer goed ...
In de duisternis ben ik aangekomen in Puno, vlak aan het Titicacameer, het hoogste bevaarbare meer van de wereld, dat 8500km2 groot is en op een hoogte ligt van 3810m. Waw, en ik mag dit meemaken¡
De eerste ontmoeting met Puno in het daglicht is echter een teleurstelling. Puno is lelijk en vuil. De armoede is overduidelijk aanwezig: bijna geen geasfalteerde straten; een ongebruikt treinspoor knal door de stad, dat dienst doet als plasplaats (marktkramers die ongegeneerd hun broek/rok afsteken om een plasje te doen); het krioelt hier van fiets- of motorriksja's i.p.v. 1000 gele kleine taxitjes; een chaotische wirwar van straten waardoor ik meermaals mijn weg kwijt was; en 1 supermarktje à la Saco aanwezig. Alleszins een minder aangename sfeer dan in Arequipa om in te vertoeven.
Dan het veelbesproken Titicacameer: in een voormeertje enkel afval, afval en nog eens afval te bespeuren .... en iets dat lijkt op kikkerdril (pure vervuiling van Puno werd mij gezegd). Nu begrijp ik het grapje 'aan Bolivia werd Titi gegeven en aan Peru caca.' Zoals Steven over India zei: "Vuiligheid verneukt het uitzicht." En hij heeft nog gelijk ook. Jammer dat de mensen hier niet beseffen wat voor natuurpareltjes ze vlak voor hun neus liggen hebben. Ze kijken er gewoon niet naar en smijten vanalles op de grond. Het is hier m.a.w. eeuwen zoeken naar een vuilbak.
Gelukkig maakte mijn trip naar de Uros-eilanden alles weer goed ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten